Ontwikkeling & begaafdheid


Ontwikkeling kan pas gestimuleerd worden als je weet waar een kind staat. Als je weet waar een kind staat, kun je daarop aansluiten (matchen) en het kind net dat stapje verder helpen zetten (stretchen). Als ouder voel je dit vaak ook aan: het moment dat je meer zelfstandigheid biedt bij bijvoorbeeld een taak(je) in huis.

Vygotsky omschrijft dit in zijn theorie van ‘de zone van de naaste ontwikkeling’. Alles wat je met hulp van een ander kan, valt in deze zone. Dat wat je zelfstandig kunt valt niet meer in deze zone en dat wat je ook met ondersteuning niet lukt, gaat een stapje te ver. In mijn begeleiding pas ik het matchen en stretchen toe. Onderzoek (diagnostiek) is een van de middelen om zicht te krijgen op waar een kind staat.

Een zeer belangrijke voorwaarde voor ontwikkeling is het ervaren van veiligheid en begrip; gezien en gehoord worden. Dit is een basisbehoefte voor alle mensen (piramide van Maslow) en voor sensitieve (begaafde) kinderen geldt dit nog sterker. Zij voelen zeer snel aan wanneer begrip ontbreekt en hebben daar ook erg veel last van.

Ik besteed in mijn werk dan ook veel aandacht aan het creëren van een veilige sfeer. Mijn praktijk is bewust huiselijk en speels ingericht met natuurlijke kleuren en materialen. Mocht het nodig zijn om kennis te maken in uw eigen huis, dan kom ik naar u en uw kind toe.

In contact ga ik voor authentieke aandacht en een veilige, accepterende sfeer. Ik wil degene die voor mij zit, zien, begrijpen, herkennen en erkennen. En dan bouwen we verder. Het opbouwen van een band heeft tijd nodig, bij de een meer dan bij de ander. Die tijd neem ik.

Ik ben geschoold als psycholoog. Van oudsher wordt er binnen de psychologie, de geestelijke gezondheidszorg, gewerkt volgens het medische model. Diagnoses stellen komt duidelijk uit de medische wereld. De gedachte van het medische model is: als we weten waar het probleem zit, wat er mis is, weten we hoe we moeten behandelen.

Het is inmiddels bewezen dat het medische model binnen de psychologie zijn grenzen kent. Diagnoses stellen heeft zeker een nut. Maar dit nut is wel beperkt. Als je mensen echt gelukkiger wil laten worden, kun je de focus beter leggen op dat wat werkt, op talenten en op de elementen die een gelukkig leven maken.

Professor Seligman heeft deze elementen onderzocht en komt op de volgende: positieve emoties en relaties, flow en betekenisvol leven met een gevoel dat je iets bereikt (positieve psychologie). In mijn werk focus ik mij duidelijk op talenten, sterke kanten en op dat wat werkt in plaats van op het achterhalen van oorzaken van problemen.

De term hoogbegaafdheid gebruik ik liever niet. Het impliceert in mijn ogen dat er sprake is van een diagnose, een hokje, een medisch probleem. Terwijl kinderen met een (zeer) hoge begaafdheid, met een denktalent, heel verschillend zijn en niet in een hokje passen. En omdat de mismatch tussen omgeving en het talent zorgt voor problemen in plaats van de begaafdheid zelf. Dit is een duidelijk verschil met een ontwikkelingsproblematiek als bijvoorbeeld dyslexie of autisme.

Ik ben ook van mening dat kinderen met een denktalent, met een hoog cognitief potentieel, duidelijk meer zijn dan alleen een score op een IQ test. Hun snelle en veelal creatieve manier van denken beïnvloedt ook het zijn, beïnvloedt hoe het kind in het leven staat en de wereld ervaart. Hoe Tessa Kieboom het zijnsluik van (zeer) begaafde kinderen omschrijft spreekt mij erg aan.

Al de bovengenoemde bronnen zijn een inspiratie voor mij en bepalen voor een groot deel wat ik doe en hoe ik werk.